De gezichtsscherpte verbetert zeer snel en een aangepaste brilcorrectie kan al na enkele weken voorgeschreven worden. De aanwezigheid van eventuele andere afwijkingen van het oog kunnen nog voor een gezichtsbeperking zorgen. Een plaatselijke behandeling is daarna nodig. Dit houdt enkel oogdruppels, oogzalf en een beschermkapje voor ‘s nachts in, en dit gedurende een periode die aangeduid wordt door uw oogarts.

Er volgen meestal nog 3 nacontroles. De werkactiviteit, het gebruik van machines of gevaarlijke instrumenten en autorijden, worden beperkt gedurende een periode die vastgelegd wordt door uw oogarts.

In ongeveer 30% ontwikkelt zich, in de loop der jaren gevolgd na de operatie, een vertroebeling van het lenszakje. Dit is een secundaire cataract (nastaar) die verantwoordelijk is voor opnieuw een verminderd zicht. De behandeling hiervan is pijnloos en bestaat erin een opening te maken in het vertroebelde kapsel met behulp van een laser.